Ondertussen was ik alweer een keer wezen hospiteren, ditmaal in het centrum van de verkozen studiestad, in een leuk huisje aan het water, met een huisboot en – zo bleek later – burenruzies. Maar voordat het zover kwam moesten we allemaal in een kringetje gaan zitten.
Gezellig. “Ja, en het woord gezellig, dat moeten jullie nxedet zeggen hoor, want dat zegt iedereen, haha! Wie wil er een biertje?” Alle potentiele huisgenootjes sprongen enthousiast doch niet te gezellig op en riepen “Ja, ja!” als een uitgedroogde stropdasdrager in de Sahara. “Wat voor biertje?” Toen keken we allemaal even beteuterd op onze neus. “Doe maar wat,” mijn dappere doch niet van studentikoosheid getuigende reactie, werd uiteraard niet beloond met een kamer, maar toch zeker met het beloofde biertje, waar ik – en met mij de helft van de andere hospiteerders – beduidend minder zin in had.
Na het biertje was het tijd voor een vragenrondje. “Wat zou jij meenemen als je zeg maar op een onbewoond eiland met internetverbinding en een supermarkt vast zou zitten en je moest een boek en een cd mee?” was er xe9xe9n van. En natuurlijk “Wat breng jij nou mee, materieel gezien?” Ik wxedst dat ik mijn vergiet op had moeten noemen, maar een ander meisje, weer zo-eentje met een “Ik trek door Australixeb en doe aan worstelen met beren”-attitude en een paardestaart, was me voor. En dan, tot slot, de onsterfelijke vraag: “Wat zou jij doen tegen onze overburen? Ze vallen Frank hier lastig! Hxe8 Frank? *giechel giechel*” (de burenruzie). Mijn antwoord was prompt “Graancirkels knippen in het tapijt van deze onverlaten, of hun ruiten zwart schilderen”. Dat werd goed ontvangen en even dacht ik een kans te maken. Toen was het meisje naast mij aan de beurt.
Naast mij zat, helaas, de voorzitster van de Jonge Socialisten in Amsterdam, en daar kon ik niet tegenop, al had ik luidkeels de Internationale lopen zingen (wat ik, zo wil het lot, af en toe doe, geheel mezelf zijnde, maar altijd vergeet op een hospiteeravond). Zal zij het geworden zijn? De polo’s tegenover haar keken al hongerig naar zo’n buitenkansje, en het “Zullen wij na afloop naar het politiek cafxe9 hier in de buurt gaan?” viel meerdere malen. De worstelen-met-beren-dame en ik dropen af, gevolgd door de rest van de hospiteerders, op naar de volgende studentenkamers en werden nxedet gebeld.